logo

A- A A+

Algemeen Overleg Intensieve Kindzorg

2e kamerKamerleden uitten op 15 december tijdens een algemeen overleg met staatssecretaris Van Rijn hun zorgen over de gebrekkige wet- en regelgeving voor de intensieve kindzorg. Onvoldoende zorg voor zieke kinderen of verschil in financiering tussen vergelijkbare zorgvragen zijn enkele van de gevolgen die werden geschetst. Vanuit het MKS Programmabureau was vooraf bij de Kamerleden aandacht gevraagd voor het tekort aan kinderverpleegkundigen, de financiering van kinderartsen en het gebrek aan mogelijkheden bij verpleegkundigen om nazorg te kunnen leveren. Al deze punten zijn tijdens het overleg besproken.

 

Over het MKS, waarvan de voortgang werd besproken, liet Van Rijn zich ronduit positief uit. Hij gaf aan ervan overtuigd te zijn dat het MKS tot een belangrijke kwaliteitsimpuls zal leiden voor de zorg aan zieke kinderen buiten het ziekenhuis. “Ik ben er positief over. De nu afgeronde projecten en opgeleverde handreikingen zullen leiden tot een nieuwe standaard in de zorg,” zo zei de bewindsman die aangaf dat het MKS de komende twee jaar verder geïmplementeerd kan worden.

Tekort aan verpleegkundigen

Het probleem van het tekort aan kinderverpleegkundigen werd door meerdere politieke partijen naar voren gebracht. Zowel D66, SP als CDA en VVD vroegen de staatssecretaris om een oplossing. Vera Bergkamp van D66 onderstreepte het belang om vooral op tijd actie te ondernemen. “Ik noem het dan maar een actieplan, wat er moet komen.”, zei Bergkamp die de staatssecretaris ook opdroeg om naar de opleidingsplaatsen te kijken bij extramurale instellingen. Van Rijn gaf aan dat het tekort mede wordt veroorzaakt door de hoge kwaliteitseisen die nu worden gesteld aan de verpleegkundigen in combinatie met de snellere overgang naar een thuissituatie, wat op zich een goede ontwikkeling is. Half januari heeft de bewindsman een afspraak met betrokken organisaties in de zorg om de bouwstenen van zo’n plan te bespreken. Hij verwacht in het eerste kwartaal van 2017 een actieplan op te kunnen leveren.

Kinderartsen en nazorg

Het knelpunt van de kinderartsen die begeleiding aan ouders en zieke kinderen buiten het ziekenhuis niet kunnen declareren wordt besproken met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). “Ik erken dat de rol van de kinderarts verandert,” zei Van Rijn. “Kinderartsen voeren hun werk meer dan voorheen ook op afstand uit.” Omdat niet bekend is hoeveel tijd kinderartsen precies besteden aan de begeleiding van zieke kinderen buiten het ziekenhuis, gaan de artsen dat nu registreren. Daarna gaat de staatssecretaris met ziekenhuizen en verzekeraars om tafel om de bekostiging te bespreken.

Ook de nazorg is onderwerp van onderzoek. Van Rijn is van mening dat nazorg onderdeel van de zorg moet zijn. Het kostenonderzoek van de NZA dat hiernaar loopt wordt dit voorjaar afgerond.

Ondersteuning aan de ouders

Door CDA Tweede Kamerlid Mona Keijzer en PvdA Tweede Kamerlid Marith Volp werden vragen gesteld over de zorgcoördinator. Zij wilden zich er nogmaals van laten overtuigen dat het hier gaat om iemand waar ouders vrijwillig voor kunnen kiezen. Mona Keijzer refereerde aan een gesprek waarin zij had gehoord dat de zorgcoördinator bepaalt welke zorg er geleverd gaat worden. De staatssecretaris benadrukte dat dat niet het geval is. Hij onderstreepte dat deze ondersteuning, die nu als zorgcoach wordt aangeduid, vrijwillig is en dat de eigen regie bij ouders hoort en blijft. De zorgcoach wordt ook op deze wijze omschreven in een op de MKS website gepubliceerd document.  Dit document is tot stand gekomen na een expertmeeting afgelopen zomer waar ook ouders van zieke kinderen bij betrokken waren. Ouderbetrokkenheid bij het MKS is voor Van Rijn een voorwaarde. “Het MKS is een belangrijke leidraad voor het vormgeven van de informele zorg door ouders dus ouders moeten daarbij betrokken zijn.”

Lees hier de brief van het MKS Programmabureau aan de Tweede Kamer.

 

Partners MKS programma

vvn     kz    nvk logo   pal    VASCA logo def    BINKZ
 

 

Copyright © MKSprogramma.